Kenmerken
|
||
|
|
|
|
![]() |
||
|
|
||
| Klank Bij een fluit worden geen snaren in beweging gebracht, maar wordt er gespeeld met lucht. Voor het produceren van een toon is een bepaalde ademdruk nodig, bij een blokfluit is hier vrij weinig voor nodig. Door het blazen van lucht in de kernspleet onstaan er luchtwervelingen. Deze worden door het labium gesplitst waarvan een gedeelte in de boring (binnenkant van de fluit) verdwijnt. Wanneer nu alle vingergaten dicht zijn dan kan de luchtstroom tot aan de voet komen. De lucht keert nu weer terug en ondertussen ontmoet het weer nieuwe luchttrillingen. Bij het bespelen maken we door middel van de vingergaten de fluit steeds langer of korter. Sommige trillingen leggen een grotere afstand af dan andere (afhankelijk van de toonhoogte) ofwel; er zijn snelle bewegingen (deze noemen we buiken) en er zijn langzame trillingen (deze noemen we knopen). |
||
| Voet De voet van de blokfluit bestaat uit: > tapholteschouder > vingergaten > boring > einde voetboring > ringen |
||
| Middendeel Het middendeel van de blokfluit bestaat uit: > boventap > bovenschouder > duimgat > ondertap > onderschouder |
||
| Kop De kop van de blokfluit bestaat uit: > opening kernspleet > kernspleet > bovenwand opsnede > opsnede (venster) > labium > buitenste tapholterand > blok > kopboring > tapholte > ringen |
||
| Kernspleet Bij een blokfluit wordt de luchtstraal gevormd aan de uitgang van een dun kanaal, de kernspleet. De uitgang van de kernspleet zit aan de rand van de 'mond', een opening in de zijwand van de pijp. Het labium is de tegenoverliggende rand van de mond. |
||
| Labium Het labium is de tegenoverliggende rand van de mond. |
||
|
|
Materiaal De blokfluit wordt veelal van diverse materialen gemaakt, maar voornamelijk van hout. Net zoals bij andere instrumenten is de keuze en droogproces van het hout zeer belangrijk voor de uiteindelijke kwaliteit en daarmee de muzikale eigenschappen. Veel gebruikte houtsoorten zijn: |
|
![]() ![]() |
Zachte Europese houtsoorten: > Peren, pruimen, kersen > Esdoorn / ahorn > Olijfhout > Noten > Buxus / palmhout |
|
|
ahorn & beuken
|
||
![]() ![]() |
Blokfluiten van zachte houtsoorten klinken ook zacht en zijn vaak geïmpregneerd met paraffine om werking van vocht tegen te gaan. Deze blokfluiten blijven echter toch het meest gevoelig voor vocht, waardoor de kwaliteit sneller achteruitgaat. | |
|
perenhout & olijfhout
|
||
![]() ![]() |
Harde tropische houtsoorten: > Palissander, cocobolo, rozenhout > Ebben, coromandel > Grenadille > Bubinga > Westindisch buxus Blokfluiten vervaardigd van harde houtsoorten klinken ook vaak harder en zijn minder gevoelig voor schimmelaantasting. |
|
|
ebben & eurobeuken
|
||
![]() ![]() |
Andere materialen: > Plastic > Kunstivoor (polyester) > Ivoor, been, hoorn > Metaal > Porcelein, aardewerk Vooral de plastic blokfluiten worden veelal voor kinderen gebruikt, omdat deze blokfluiten weinig onderhoud nodig hebben. |
|
|
palissander & rozenhout
|
||
| Vingergaten Er worden verschillende vingergreepsystemen gebruikt, we spreken over een Engelse (originele of barok) of Duitse (moderne) greepwijze en deze komen voornamelijk als dubbelgeboord voor, maar enkelgeboord bestaat ook. Deze termen hebben betrekking op de manier waarop de vingergaten geboord zijn, de diameter en de vorm van de boring. |
||
| Boring Hiermee wordt de doorsnede en het verloop van de buis bedoeld. Instrumenten zijn er verschillende boringen welke invloed heeft op de aanspreekbaarheid en klankkleur. |
||
|
|
||
|
|
is een initiatief van Stichting Muziek Promotie Nederland tips | contact | adverteren | bronnen | algemene voorwaarden |
|