Kenmerken


Bügel

De bügel heeft een ruime, conische boring en een ‘brede’ klank. De militaire bügel heeft geen ventielen en wordt gebruikt voor het geven van diverse signalen. Toen men later de bügelklank voor orkestdoeleinden wilde gebruiken, werden er ventielen toegevoegd. In deze vorm wordt het instrument ook wel ‘Flügelhorn’ genoemd. De Flügelhorn produceert een fraaie wat weke toon. Ook in de jazz heeft men daarvan gebruik gemaakt (Miles Davis). De lager gestemde leden van de Flügelhornfamilie worden bespeeld met de klankbeker omhoog. Dit zijn de tenorhoorn, de baritonhoorn en het eufonium (in feite hetzelfde instrument als de tuba). Deze instrumenten worden voornamelijk in koperorkesten gebruikt vanwege hun ronde klankkleur.

> meer specifieke kenmerken

Kornet

De kornet is de afstammeling van de posthoorn, waarmee de postkoets in vroeger tijden zijn komst aankondigde. De kornet of cornet-à-pistons ontstond rond 1825 in Frankrijk en ziet er uit als een trompet, maar dan met een conische boring. De kornet heeft een ‘ronde’ klank en is minder briljant dan de trompet, maar minder week dan de bügel. Er zijn twee soorten kornetten het ‘Britse model’ (of Europese- of Engelse kornet genoemd) en het ‘Amerikaanse model’. Het Britse model is korter en lijkt daardoor meer op een bügel, terwijl het Amerikaanse model meer op een trompet lijkt. De lengte van de buizen zijn wel even lang als die van een trompet. De verschillen hebben natuurlijk een uitwerking op de klank. Zo klinkt het Britse model ronder en zachter dan de Amerikaanse versie.

> meer specifieke kenmerken


is een initiatief van Stichting Muziek Promotie Nederland
tips | contact | adverteren | bronnen | algemene voorwaarden