Portable



portable navigatie

Model verschillen

De prijsklasse van stage pianomodellen varieërt tussen E 500,= en
E 1.000,=. Belangrijke verschillen tussen merken en modellen zijn:

> Kwaliteit van het toetsenbord
> Aantal en kwaliteit van de klanken (sample kwaliteit)
> Totaal gewicht
> Andere functies zoals midi, sequencer, effecten etc.

Pedalen

Portable-modellen worden meestal uitgerust met twee pedalen. Deze pedalen zijn los en via de uitgangen op de achterkant aan te sluiten.

Rechterpedaal > sustainpedaal
Bij het indrukken hiervan klinken de aangeslagen tonen door. Dit pedaal imiteert dempers die van de akoestische piano van de snaren worden gehaald.

Linkerpedaal > demperpedaal
Door het linkerpedaal in te drukken, komen bij een akoestische piano de hamers dichter bij de snaren. Hierdoor wordt de afstand tussen hamer en snaar kleiner, waardoor er gemakkelijk zachter gespeeld kan worden. Het linkerpedaal van een digitale piano imiteert dit effect. De bespeler kan dus in een passage het pedaal indrukken en daardoor grotere dynamische verschillen maken.

Speakers en versterker

Het uitgangspunt van een portable-piano is om het gewicht zo laag mogelijk te houden. Zowel de kwaliteit van de speakers als die van de versterk zijn dan ook zo eenvoudig mogelijk gehouden. Hierdoor is de klankkwaliteit van zo'n instrument minder dan dat van een home-piano, maar beter te vergelijken met die van een keyboard. Wel is het mogelijk om het instrument via een externe geluidsinstallatie te versterken.

Pitch & Transpose

Pitch
Met de pitch-functie is een fijnafstemming van de toonhoogte mogelijk. Deze functie is handig bij het begeleiden van een akoestisch instrument (bijv. gitaar of viool) zodat de piano op de gitaar of de viool, kan worden afgestemd.

Transpose
Met de transpose-functie kan de toonsoort van het instrument worden verandert. Bij het begeleiden van een zanger, kan de toetsenist eenvoudig (met één druk op de knop) een toon hoger of lager spelen. Veel digitale piano’s kunnen 6 halve tonen omhoog en 6 halve tonen omlaag getransponeerd worden.

Effecten

Om bepaalde klanken meer dimensie te geven kan de klank voorzien worden van een bepaald effect

Reverb
Een reverb is een nabootsing van een nagalm van een bepaalde ruimte zoals bijvoorbeeld een huiskamer, podium, grote zaal of kerk. Hierdoor klinkt de klank minder ‘droog’. Veelal is de diepte van de reverb ook nog instelbaar.

Chorus
Met een chorus wordt de klank iets breder en volle gemaakt. Vooral op instrumenten die zich hiervoor lenen zoals violen of een E-piano, is dat goed van toepassing.

Sequencer

Sommige modellen beschikken over een eenvoudige sequencer. Een sequencer is een digitale opnamerecorder. De opnames worden opgenomen op verschillende sporen (kanalen), de meeste portable-piano's hebben 2of 3 sporen. Zo kan de bespeler eerst de linkerhand opnemen, deze afspelen en daarbij de rechterhand meespelen (of ook opnemen.)
Presets (klanken / sounds / samples / voices)

Hoewel tegenwoordig de meeste digitale piano’s allemaal gesampled zijn, onderscheiden merken en modellen zich o.a. in de sampletechniek. In de eerste plaats heeft dit te maken met de nauwkeurigheid van de sample (aantal bits) en hoeveel samples er per toets gebruikt worden. Bij duurdere modellen verandert namelijk niet alleen het klankvolume, maar juist ook de klankkleur.

Stage- piano’s zijn vaak uitgerust met helderere klanken dan de home-modellen. Stage-piano’s worden vaak in bands gebruikt voor lichte-of popmuziek waarvoor een lichtere pianoklank gewenst is.

Brilliance
De klankkleur van een instrument kan bij sommige modellen naar wens worden ingesteld. Hierdoor kan de bespeler naar eigen smaak een klank iets milder of juist helderder maken.

Polyphony
Met deze term wordt de hoeveelheid noten aangegeven die gelijktijdig kunnen klinken (meerstemmig). Bij een piano of vleugel is dat aantal 88. Een digitale piano heeft een beperkte polyphony van bijvoorbeeld 16, 32 of 64 noten. Bij quatre-mains spel of door het gebruik van pedaal (ook sequencer) kan dit aantal een belangrijke rol spelen.
Midi uitgangen

Door middel van MIDI kunnen digitale instrumenten onderling met elkaar communiceren. Digitale piano’s zijn meestal voorzien van drie uitgangen:

Midi-in: De aansluiting om midi informatie te ontvangen
Midi-out: De aansluiting om midi informatie te versturen
Midi-thru: De aansluiting om ontvangen informatie door te sturen

Om bijvoorbeeld een module te kunnen aansturen, wordt de midi-out van de digitale piano gekoppeld aan de midi-in van de module.

Computeraansluiting
Een digitale piano kan via midi-in en midi-out aangesloten worden op de computer. Hiervoor heeft de computer een speciale midi-interface nodig. Beschikt het instrument over een andere aansluiting (bijv. COM-poort) dan kan de computer hierop aangesloten worden. Of deze aansluiting aanwezig is, is afhankelijk van het merk en het model.

Toetsenbord

Ook het toetsenbord van een portable-piano vraagt om een 'lichtere' uitvoering. De toetsen hebben wel de diepgang van die van een piano, maar de aanslagsterkte is meer te vergelijken met die van een keyboard. De toetsenborden zijn er met 76 of 88 toetsen. Uiteraard is het toetsenbord aanslaggevoelig, maar de instelbaarheid daarvan is gering en afhankelijk van het merk en het model.
Hoofdtelefoon

Alle digitale piano’s zijn uiteraard standaard voorzien van minimaal één (vaak twee) hoofdtelefoonaansluiting(en). Hier kan een normale hifi-hoofdtelefoon, met een grote plug (jackplug), op worden aangesloten. Sommige fabrikanten hebben een speciale hoofdtelefoon ontwikkeld, om de digitale pianoklank optimaal te kunnen weergeven.

is een initiatief van Stichting Muziek Promotie Nederland
tips | contact | adverteren | bronnen | algemene voorwaarden