Mechaniek
|
||
|
|
|
|
|
Het mechanieken van een dwarsfluiten of piccolo's lijken allemaal het zelfde toch bestaan er allerlei verschillen. Deze verschillen hebben met name betrekking op de bespeelbaarheid van de fluit. |
||
|
|
||
|
G-lijn of uitgebouwd. |
||
|
|
||
![]() |
E-mechaniek |
|
|
|
B-voet Met een B-voet wordt de fluit iets langer (en zwaarder) en kan er een halve toon lager worden gespeeld, namelijk de lage B. Door deze extra lengte wordt de klank van de fluit in zijn geheel iets voller en het derde octaaf zuiverder. Om de hoogste C ook zuiver te houden wordt er een extra heveltje (gizmo) geplaatst. |
|
|
|
||
| Cis-trillerklep De cis-trillerklep maakt het spelen van allerlei trillers en tremolo's makkelijker. Ook bevordert deze klep de zuiverheid van sommige tonen. |
||
| Extra Rollers Om de vingertechniek te vergemakkelijken kunnen er extra rollers op het mechaniek worden genomen. Hierdoor zijn sommige tonen (bijv van cis naar dis) makkelijker te spelen. |
||
![]() |
Open of dichte kleppen |
|
|
met dank aan:
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
is een initiatief van Stichting Muziek Promotie Nederland tips | contact | adverteren | bronnen | algemene voorwaarden |
|