Modellen




'Les jouers de flute'


Picollo

De piccolo is de kleinste uit de familie en klinkt een octaaf hoger dan de sopraanfluit. Het mechaniek van de piccolo is gelijk aan die van de andere dwarsfluiten.


Fis-fluit

De fisfluit is iets korter dan de sopraanfluit en wordt voornamelijk gebruikt voor kinderen die te kleine handen hebben om de sopraanfluit te bespelen.



Sopraanfluit

De sopraanfluit is de 'standaard' dwarsfluit. Andere benamingen voor deze fluit zijn bijvoorbeeld concertfluit, Boehmfluit of C-fluit.



Sopraanfluit met B-voet

Deze sopraanfluit is iets langer omdat de fluit is verlengd met een zgn. B-voet. Hierdoor is het mogelijk om de lage B te spelen.



Altfluit

De altfluit klinkt een kwart (vier tonen) lager dan een sopraanfluit en is er in eenrechte uitvoering, maar ook met een mondstuk in de vorm van een 'u'. De kleppen zitten verder uit elkaar dan bij een sopraanfluit.



Basfluit (tweede van links)

De basfluit heeft vanwege zijn omvang een mondstuk in een 'u-vorm'. Deze basfluit is twee keer zo groot als een sopraanfluit en klinkt daardoor één octaaf lager
Contrabasfluit (helemaal links)

Deze fluit komt zeer zelden voor. Door het lage bereik klinken deze fluiten heel zacht en voor het aanblazen is veel techniek nodig.
Subcontrabasfluit (helemaal rechts)

De is niet afgebeeld en komt nog zeldzamer voor dan de contrabasfluit. De laagste toon, is net zo laag als die van een piano.


is een initiatief van Stichting Muziek Promotie Nederland
tips | contact | adverteren | bronnen | algemene voorwaarden