Kenmerken
|
||
|
|
|
|
![]() |
||
|
|
||
|
Kop |
||
![]() |
Stemmechaniek In het stemmechaniek zitten stiften waaraan de snaren worden vastgezet. Door het mechaniek kan de gitaar worden gestemd en blijft de stemming ook goed staan. Stemmechanieken worden verguld of verzilverd en andere zijn blauwachtig gelakt. In het overbrengmechanisme mag geen speling zitten en het is van belang dat deze gelijkmatig en soepel draaien. |
|
![]() |
Snaren Een klassieke gitaar heeft 6 nylonsnaren waarvan de laagste snaren (bassnaren) omwonden zijn met metaaldraad. De bovenste drie nylon snaren worden ook wel melodiesnaren genoemd en de omwonden snaren de bassnaren. De dunste (hoogste) snaar wordt de eerste snaar (nr. 1) genoemd en de dikste wordt de zesde snaar (nr. 6) genoemd. De tonen van een gitaar zijn; E, A, D, G, B en E. > meer informatie |
|
![]() |
Hals De hals wordt ook wel nek genoemd en wordt gemaakt van mahoniehout. De snaren zetten de hals voortdurend onder spanning, waardoor deze steeds verbogen dreigt te worden. Het hout moet dus zowel sterk als stabiel zijn, maar moet ook licht genoeg zijn zodat er een evenwicht in het gewicht ontstaat. Een houtsoort die deze eigenschappen heeft is mahoniehout, maar ook Honduras cederhout wordt gebruikt. Een hals die iets naar voren helt zorgt ervoor dat de kam ca. 3 mm hoger kan komen te liggen, waardoor dit een makkelijke bespeelbaarheid bevordert zonder bijgeluiden. Het houten blok waar de hals aan de klankkast vastzit, heet de hiel (hielblok). |
|
![]() |
Brug / kam Belangrijkste functie van de brug of kam is om de snaren om zijn plaats te houden en trillingen aan het bovenblad door te geven. De juiste plaats van de brug is even belangrijk als de plaats van de fretten voor het zuiver klinken van de gitaar. |
|
![]() |
Klankkast (body) De body of klankkast is de klankversterking van de gitaar. De trillingen van de snaren worden via de kam door de klankkast versterkt. De gebruike materialen van de klankkast beïnvloedt het timbre, welke ontstaat door de mate van boventonen. Stalensnaren leveren veel meer boventonen (40 tot 50 per snaar) dan nylon snaren (6 tot 10 per snaar). |
|
![]() |
Bovenblad Bij de klassieke gitaar is het bovenblad zeer belangrijk bij de klankvorming van de gitaar. Het zet de trillingen in en om het instrument in trilling. Het gebruikte materiaal en de kwaliteit hiervan heeft daar zijn invloedt op. Aan de onderkant van het bovenblad bevinden zich de zangbalkjes. Deze zangbalkjes zorgen voor extra stevigheid voor het bovenblad i.v.m de spanning van de snaren en bepalen mede het trilvermogen. De verschillende systemen van aanbrengen van deze zangbalkjes noemt men bracing. Achterblad De belangrijkste functie van het achterblad is om de trillingen in het instrument terug te veren, ofwel; zo snel mogelijk af te geven. Daarnaast moet het onderblad de optredende spanningen opvangen en de trillingen versterken. Het onderblad wordt veelal gemaakt van palissander. > meer informatie materialen |
|
![]() |
Zijblad Het zijblad of de zijranden verbinden het boven- en onderblad en staan voortdurend onder spanning en hebben daarmee ook een belangrijke functie in het doorgeven van trillingen. De hoogte van de randen hebben invloedt op de toon, maar ook hier draait het om de totale verhouding van het instrument. Het materiaal dat vaak voor de zijranden gebruikt wordt is palissander. |
|
![]() ![]() |
Klankgat De naar binnen gerichte geluidsgolven worden door de klankkast weerkaatst en gebundeld waarna ze door het klankgat naar buiten gaan. De juiste verhoudingen en vorm van klankkast en klankgat zijn belangrijk. Rozet De rozet heeft geen akoestische maar wel visuele waarde. Eenvoudige gitaren hebben een sticker als roset, maar duurdere gitaren hebben een rozet gemaakt van bijv. palissander, heesterhout, palmhout, satijnhout en Honduras-ceder. De rozet wordt gemaakt door het aan elkaar lijmen van spanen van verschillende houtsoorten waarbij ze aan het uiteinde waar de nerf loopt een vierkant patroontje vormen. Iedere bouwer geeft met zijn rozet een persoonlijk stempel aan zijn instrument, hierdoor zijn zijn gitaren te herkennen. |
|
![]() |
Toets & fret Bij de plaatsing van de toets is rekening gehouden met de amplitudo van de snaar. De snaar moet voldoende speelruimte hebben anders ontstaan er bijgeluiden. Bij een te grote speelruimte is de gitaar moeilijk bespeelbaar en verandert de klankkleur. De bouwer plaatst de fretten met grote nauwkeurigheid, zodat de gitaar nergens vals klinkt. De hoogte verschillen tussen de eerst en twaalfde fretje kan zon 0,4 tot 0,8 mm verschil bedragen. De fretten worden volgens een chromatisch systeem (gelijke afstanden) geplaatst zodat het octaaf is verdeeld in twaalf precies gelijke halve afstanden. |
|
![]() |
Mensuur Onder mensuur verstaan we in de gitaarbouw de verhouding en berekeningen van de hals en snaren, gemeten van de topkam tot de zadel. |
|
| Materialen Een akoestische gitaar bestaat voornamelijk uit hout. In de kwaliteit van hout en de droogprocessen die er aan vooraf gaan, bestaan verschillende kwaliteiten. > meer informatie over materialen |
||
is een initiatief van Stichting Muziek Promotie Nederland tips | contact | adverteren | bronnen | algemene voorwaarden |
||
|
|
||