Geschiedenis



Het klavecimbel komt voort uit de familie van de luiten en citers. De Griekse wiskundige Pythagoras ontwierp de monocord in eerste instantie voor het maken van wiskundige berekeningen. Het instrument bestond slechts uit één snaar en had wat dat betreft geen grote muzikale rol. Echter vanuit wiskundig oogpunt was het instrument wel degelijk revolutionair. Hierdoor konden wetenschappers de relatie tussen toon en frequenties leggen.

Vandaag de dag worden nog steeds principes van de monocord gebruikt zoals bijvoorbeeld bij (piano) stemmingen. Na de monocord volgde de polycord ofwel ‘meersnarig' instrument. Beide instrumenten werden 'geplukt' of met een strijkstok bespeeld. Het toevoegen van toetsen aan het polycord was de volgende stap en hierdoor ontstond het klavichord(um). Het klavicord had ongeveer 30 toetsen en bedekte dus een kleine 3 octaven.

Er is geen verklaring te vinden waarom de toetsen zwart en wit werden gemaakt. In die tijd was deze kleurverdeling precies het tegenovergestelde van tegenwoordig. Het klavicord was een zeer succesvol instrument. De oorzaak hiervan lag ook in de prijs en compactheid van het instrument, hoewel het nogal een zachte klank had.

In de 18e eeuw kreeg de klavicord een verbeterd mechaniek waardoor het ook dynamische mogelijkheden kreeg. Omstreeks 1440 (precies is niet bekend) ontstond het eerste klavecimbel. Kenmerkend verschil was de lange vorm, zoals we deze kennen van de vleugel. Het klavecimbel kreeg hierdoor een grotere zangbodem en de snaren waren in lengte richting geplaatsd waardoor de snaren langer werden. Om nog meer volume te krijgen kregen sommige tonen twee of drie snaren. De klank was dan wel luider, het klavecimbel verloor de dynamische mogelijkheden. Maar de volle en rijke toon deed dit nadeel snel bij de bespelers vergeten. Naast het klavecimbel verschenen er ook andere modellen, deze voldeden wel aan dezelfde bouwprincipes als het klavecimbel.

Omstreeks 1700 ontwikkelde de Italiaanse hofklavecimbelbouwer Barteolomeo Cristofori zijn ‘Gravicembalo col piano e forte’ (klavecimbel met zacht en hard). Cristofori ontwierp een nieuwe soort mechaniek waarbij de snaren niet langer door een plectrum geplukt werden, maar door hamertjes werden aangeslagen. Tevens kreeg het instrument een rondere klank en een geheel nieuwe dimensie; dynamiek.

Bij het klavecimbel was aanslaggevoeligheid, en dus de mogelijkheid om accenten en gradaties in volume te geven, niet mogelijk. De pianoforte bood de bespelers een geheel nieuwe uitdaging. Niet langer maakte voornamelijk vingervlugheid deel uit van hun spel, maar ook expressie en klankkleur werden een belangrijk onderdeel. Omstreeks 1750, na de dood van Cristofori (1831), werd het instrument pas populair. Na 1800 verdrong de pianoforte het klavecimbel van het muziektoneel.

omhoog





is een initiatief van Stichting Muziek Promotie Nederland
tips | contact | adverteren | bronnen | algemene voorwaarden