Muziekgeschiedenis

Engelse en Bourgondische school (eerste helft 15de eeuw)


De belangrijkste componist uit de Engelse school is John Dunstable (1385-1453). In de Bourgondische kring zijn Guillaume Dufay (1400-1474) en Gilles Binchois (1400-1460) de toonaangevende figuren, Dufay vooral op het gebied van de kerkelijke muziek, Binchois op het gebied van de wereldlijke muziek.

Dufay die lange tijd in Italië werkte, o.a. aan de pauselijke kapel en in Florence, maakt bij voorkeur gebruik van reeds bestaande volksmelodieën. Door in zijn missen eenzelfde melodie als cantus-firmus in alle delen te hanteren ontstaat een grote eenheid in de opbouw.

De voornaamste vormen in deze periode zijn:

> Kerkmuziek: mis en motet.

> Wereldlijke muziek: ballade (oorspronkelijk een danslied, later ook een verhalend lied) en rondeau (bturtzang tussen voorzanger en koor dat het refrein zong).

Nederlandse school (15de en 16de eeuw)

Als we de geboortestreken van de componisten uit de Nederlandse school nagaan, blijkt dat hieronder vooral Belgie verstaan moet worden. De belangrijkste componisten uit deze periode zijn:

Johan Ockeghem - ca. 1420-1495 (geb. in Henegouwen?) Josquin des Pres* - ca. 1450-1521 (geb. in Henegouwen)

Adriaan Willaert - ca. 1485-1562 (geb. in Brugge?)
Jacobus Clemens non Papa* - ca. 1510-1556 (geb. in Brugge?)

Orlando diLasso* - (1532-1594) (geb. in Bergen-Henegouwen)

Zo groot was de invloed van de Nederlandse school dat veel componisten uit deze school belangrijke muzikale functies vervulden tot ver over de grenzen, o.a. aan de kerken en vorstenhoven in Italie en Duitsland.

De laatste grote meester uit de Nederlandse school is Johan Pieterszoon Sweelinck*, ca. 1562 geboren in Deventer en in 1621 overleden in Amsterdam. Zowel als organist als componist genoot Sweelinck internationale bekendheid. Veel leerlingen kwamen uit Duitsland en door zijn pedagogische kwaliteiten kreeg hij de bijnaam van 'Duitse organistenmaker'.

Na Sweelinck is de Nederlandse muziek, internationaal gezien, een bescheiden rol gaan vervullen. Toonaangevend zijn inmiddels de Romeinse en Venetiaanse scholen geworden.
Romeinse en Venetiaanse school

De belangrijkste componist uit de Romeinse school, tevens de grootste componist aller tijden van de Rooms-katholieke kerkmuziek is Giovanni PierluEgi da Palestrina* (1526-1594). Hij schreef o.a. missenazijn 'MissaPapaeMarcelli' werd op het Concilie van Trente (1545-1563) als voorbeeld gesteld voor de meerstemmige a capella kerkmuziek. (a capella - koorzang zonder instrumentale begeleiding).

De Venetiaanse school is gegrondvest door de Nederlander Adriaan Willaert (ca. 1485-1562) die werkzaam was als koorleider aan de San Marco te Venetië. De door Willaert ingevoerde techniek van dubbelkoren en wisselkoren vond spoedig navolging bij de Italianen van wie Andrea Gabrieli (1510-1586) en zijn neef Giovanni Gabrieli (1557-1612) tot de belangrijkste componisten uit deze school gerekend mogen worden. De mogelijkheden van de dubbel- en wisselkorige structuur werden door hen uitgebreid door aan de koorbezetting instrumenten toe te voegen.
< volgende pagina


is een initiatief van Stichting Muziek Promotie Nederland
tips | contact | adverteren | bronnen | algemene voorwaarden