Elektrische windvoorziening
|
||
|
|
|
|
|
Elektrische windvoorziening |
||
|
|
||
|
Werking |
||
| Plaats Om de voortplanting van motortrillingen tegen te gaan worden er verschillende maatregelen genomen: 1. de windmachine wordt buiten de orgelkast geplaatst 2. om de windmachine wordt een dubbelwandige geluiddempende kist aangebracht 3. tussen de windmachine en reguleerkast wordt een verbinding van soepel materiaal (schapeleer) aangebracht. De windmachine moet zo geplaatst zijn dat de aangezogen lucht dezelfde temperatuur heeft als die in de kerkruimte. Dit om ontstemmen van het pijpwerk te voorkomen en condensatie tegen te gaan. |
||
| Tremulant Op vrijwel alle moderne orgels vindt men een tremulant. Dit is een apparaatje dat dient om regelmatige golven in de windtoevoer tot het pijpwerk te veroorzaken. |
||
| Windverdeling De wind uit de blaasbalgen (regulateurs) wordt door houten kanalen naar de windladen gevoerd. Deze windkanalen bestaat bij grotere orgels uit een hoofdkanaal met enkele vertakkingen. De windladen waarop de meeste pijpen staan moet de aangevoerde wind zodanig verdelen over de pijpen dat ze ieder afzonderlijk kunnen worden aangesproken (in alle combinaties). De winddistributie kan volgens verschillende systemen plaatsvinden, de windladen dragen naar het systeem hun namen: > tooncancellade > registercancellade |
||
| Regeerwerk Onder regeerwerk (tractuur) verstaan we de inrichting waarmee de organist de functies van de windladen regeert. Deze inrichting kan men verdelen in speeltractuur (mechaniek) en registertractuur (mechaniek). Het overbrengen van de activiteiten van de organist kan op verschillende wijzen plaatsvinden: 1. langs mechanische weg 2. langs pneumatische weg 3. langs electrische weg |
||
|
|
||
|
|
is een initiatief van Stichting Muziek Promotie Nederland tips | contact | adverteren | bronnen | algemene voorwaarden |
|