Viool



Onderblad

De belangrijkste functie van het onderblad is om de trillingen in het instrument terug te veren, ofwel; zo snel mogeijk af te geven. Daarnaast moet het onderblad de optredende spanningen opvangen en de trillingen versterken. De welving van het onderblad is dieper (hoger) dan die van het bovenblad. Het onderblad wordt veelal gemaakt van essendoornhout.
Corpus

Het corpus is de klankversterking van de viool. De snaren zelf produceren maar heel weinig geluid, maar via de kam worden de trillingen van de snaar door het corpus versterkt. Het materiaal van de corpus beïnvloedt het timbre, welke ontstaat door de mate van boventonen. Een toon bestaat naast de grondtoon dus ook uit boventonen. Deze ‘frequentiegroep’ noemt men formant. In het formantgebid bepaalt de intensiteit van de boventonden t.o.v. de grondtoon het algemene timbre van de toon. Er zijn diverse toongebieden die vernoemd zijn naar de menselijke stem.

Formantbereik:

U-klank 196 hz (g)- 392 hz (g’)
O-klank 392 hz – 654 hz (d”)
A-klank 654 hz – 1318 (d”’)
Nasale-klank 1318 hz – 1760 (a”’)
E-klank 1760 hz – 2637 (d””)
J-klank 2637 hz – 3520 (g“”’)
S-klank 3520 hz en hoger
Bovenblad

Het bovenblad is zeer belangrijk bij de klankvorming van de viool. Het zet de trillingen van de snaren om in klank door het instrument in en om in trillling te brengen. Het gebruikte materiaal is meestal sparrenhout (fichte). De zgn. f –gaten dienen om de trilling binnen het instrument te laten ontsnappen, maar vormen ook om het bovenblad een bepaalde souplesse te geven. De welving in het bovenblad is het meest besproken onderdeel in de vioolbouw en is voornamelijk afhankelijk van de materiaal.
Staartstuk (snarenhouder)

Het staartstuk wordt meestal van ebbenhout gemaakt (soms hardplastic) en dient voornamelijk om er de snaren aan te bevestigen. Bij het gebruiken van enkel stalen snaren wordt een metalen snarenhouder gebruikt waarin de fijnstemmer reeds is aangebracht, deze mag niet het bovenblad raken.
Kam

Belangrijkste functie van de kam is om de snaartrillingen over te brengen op het bovenblad. De typische vorm van de kam is een geniaal stukje vakmanschap, waarbij ieder deel zijn eigen functie heeft. De openingen lijken voor de sier, maar zijn voornamelijk bedoelt om de trillingen, die de kam zelf maakt, juist niet door te geven. Verder van invloed zijn de houtdikte van de kam, aansluiting van de kamvoeten en de inkepingen voor de snaren. De kam wordt over het algemeen gemaakt van ongevlamd esdoornhout. Er bestaan hier verschillende kwaliteiten en hardheden in.
Inleg

De omlijning van de bladen van de viool hebben naast een sierlijke funtie ook heel andere functie. Deze dienen ter begrenzing van het trillingsvlak, maar ook als stootrand omdat de jaarringen in de lengte van de bladen lopen en dus kwetsbaar zijn. Het aanbrengen van deze inleg is een precisiewerk. Gebruikte materialen voor de reepjes zijn; ebben- en essendoornhout.
Snaren

Snaren zijn van essentieel belang want zonder snaren geen klank. Voor de zuiverheid van de snaar is het van belang dat de snaar overal even dik. Ook de verhouding tussen de snarendruk onderling is belangrijk. We onderscheiden:

Darmsnaren
Darmsnaren (al dan niet omwonden) hebben een rondere klank maar heeft meer kans op ontstemming en is gevoeliger luchtvochtigheid, spreekt moeilijker aan. Darmsnaren kunnen zonder omspinning zijn of met omspinning. Deze omspinning kan plat of rond zijn en van koper-, zilver-, of aluminiumdraad.

Staalsnaren
Deze hebben een grotere houdbaarheid, betere weerstand, ongevoeliger voor luchtvochtigheid, grotere klanksterkte, goedkoper en langer houdbaar. Staalsnaren zijn wel moeilijker te stemmen en vereisen een speciaal staartstuk voor fijnstemmen en zijn minder makkelijk aan te spreken bij pianissimo.

Kunstofsnaren
Dit zijn meest gebruikte snaren omdat de klank lijkt op die van darmsnaren maar ze zijn goedkoper en betrouwbaarder. De klank is wat warmer of ronder dan staalsnaren maar ze gaan wel iets minder lang mee.
Kunstof- en staalsnaren zijn verkrijgbaar er in diverse uitvoeringen en variaties:

> zacht (dolce)
> medium
>sterk (forte)

> low tension
> medium tension
> high tension
Mensuur

Onder mensuur verstaan we de verhoudingen en berekening die te maken hebben met het instrument zoals; snaren, hals en corpus. Een goede mensuur biedt de violist een goed en zuiver aan te spreken instrument. Er bestaan wel algemeen vastgestelde maten, maar iedere model vraagt om zijn eigen mensuur.
Hals, krul en schroeven

De violist kan zijn viool o.a. selecteren op de breedte en dikte van de hals. Ook de halsstand ten opzichte van de corpus is een criterium voor de individuele keuze. De krul van het instrument is er voornamelijk om esthetische reden, maar sommige vioolbouwers beweren dat de combinatie van kop-hals-toets (gewicht) weldeglijk belangrijk is voor het aanspreken van de toon.
Zangbalk

De functie van de zangbalken is om de trillingen van de linkerkamvoet over het blad te verdelen. Tevens geeft de zangbalk tegendruk tegen de drukspanning van de kam. De dikte van de zangbalk is afhankelijk van de verhoudingen van het bovenblad.

f-gaten

De sierlijke f-gaten in een strijkinstrument zijn niet enkel voor de sier, maar hebben wel degelijk een belangrijke functie. Allereerst geeft dit het bovenblad een bepaalde souplesse welke nodig is voor de klankweergave. Ten tweede zorgt dit voor het ontsnappen van trillingen binnen het instrument, maar ook bij de bouw voor de mensuur hebben de gaten een functie. Aan de vorm van de f-gaten kun je bepaalde vioolbouwers herkennen.

Materiaalgebruik

Net zoals bij andere van hout vervaardigde muziekinstrumenten is de keuze en droogproces van hout zeer belangrijk voor een goed eindresultaat.

Gebruikte houtsoorten in de vioolbouw zijn:

Vurehout
Dit wordt gebruikt voor het bovenblad voor de viool. Afkomstig van de fijnspar (naaldboom) en is een goede geleider voor trillingen (wordt o.a. ook gebruikt voor piano's en gitaren). Voorwaarde is dat het fijne jaarringen heeft (afkomstig van de hogere berghellingen).

Esdoornhout
Esdoornhout wordt o.a. gebruikt voor het onderblad en heeft een fijne dichte nerf. Deze houtsoort is sterk en vast en makkelijk te verwerken. Het beste hout is afkomstig uit Hongarije en Bosnië.

Ebben-& buxushout
Beiden zijn zeer hard, fijn van nerf en zeer dicht. Hierdoor werkt het hout nauwelijks en wordt het niet aangetast door bijv. houtworm. De kleur is bruin tot zwart en komt uit Afrika (Madagascar) en India (Ceylon). Beide houtsoorten worden vanwege hun eigenschappen gebruikt voor onderdelen die veel te verduren hebben zoals; toets, staartstuk en schroeven.

Bewerkte houtsoorten zoals triplex of multiplex vinden bij gerenommeerde bouwers geen aftrek.

Stapel

Eén van de kleinste onderdelen van de viool krijgt de meeste aandacht van vioolbouwer en violist. De voornaamste reden is omdat de stapel een zeer grote invloed heeft op de klank. Dit cylindrisch stukje vurenhout zorgt ervoor dat de trillingen van het bovenblad op het onderblad worden overgebracht en om aan de trillingen van de rechterkamvoet meer of minder boventonen toe te voegen.

Zijranden

De zijranden verbinden het boven- en onderblad en staan voortdurend onder spanning. Daarmee hebben de zijranden een belangrijke functie in het doorgeven van trillingen. De hoogte van de randen hebben invloed op de toon, maar ook hier draait het om de totale verhouding van het instrument.





is een initiatief van Stichting Muziek Promotie Nederland
tips | contact | adverteren | bronnen | algemene voorwaarden